Er is iets bijzonders aan een tuin die overloopt van lavendel. Die grijsgroene pluimen die zachtjes wiegen in de wind, de paarse bloemen die bijen en vlinders aantrekken, en natuurlijk die onmiskenbare geur die je meevoert naar de velden van de Provence. Maar als je ooit door een tuincentrum hebt gelopen en de prijskaartjes van lavendelplanten hebt gezien, weet je dat een volledige lavendelrand al snel een behoorlijke investering wordt. Gelukkig bestaat er een oplossing die al generaties lang door tuinliefhebbers wordt toegepast: het stekken van lavendel.
Wat velen zich niet realiseren, is dat lavendel tot die categorie planten behoort die zich opvallend gemakkelijk laten vermenigvuldigen. Je hoeft geen tuinierexpert te zijn en je hebt geen dure apparatuur nodig. Met een scherpe schaar, wat geduld en de juiste kennis kun je van één enkele lavendelplant een hele collectie kweken. Dit is niet alleen een kwestie van geld besparen – hoewel dat zeker een aangename bijkomstigheid is – maar ook van een diepere betrokkenheid bij je tuin ontwikkelen. Er schuilt iets bevredigends in het zien groeien van een plant die je zelf hebt voortgebracht, van stek tot volwassen exemplaar.
Waarom lavendel zo dankbaar is voor stekken
Voor veel beginnende tuiniers lijkt vermenigvuldigen via stekken misschien intimiderend, iets dat alleen doorgewinterde hobbyisten kunnen. De realiteit is echter anders. Lavendel behoort tot de meest dankbare planten voor deze vorm van voortplanting. Waar sommige planten maandenlang mokken voordat ze wortels vormen, of helemaal weigeren mee te werken, toont lavendel zich meestal coöperatief – mits je de basisregels volgt.
In de wereld van lavendel bestaat echter geen one-size-fits-all aanpak. Net zoals er verschillende wijnsoorten zijn die elk hun eigen karakteristieken hebben, bestaat lavendel in diverse variëteiten, elk met hun eigen temperament. Sommige soorten zijn harder dan anderen, sommige geuren zijn intenser, en sommige laten zich gemakkelijker vermenigvuldigen. Voor wie net begint met stekken, is het belangrijk om te weten met welke soort je werkt.
De meest toegankelijke variëteiten voor thuistuiniers zijn doorgaans de Lavandula angustifolia, Engelse lavendel genoemd, en de Lavandula dentata, bekend als Franse lavendel. Deze worden in de praktische tuinierliteratuur vaak aanbevolen vanwege hun robuustheid en hun bereidwilligheid om via stekken nieuwe wortels te vormen. Engelse lavendel is bijzonder winterhard en kan zelfs strenge vorst overleven, terwijl Franse lavendel zich onderscheidt door zijn getande bladeren en langere bloeiperiode.
De juiste timing en voorbereiding
Wanneer je door je tuin loopt en overweegt welke plant als donorplant zal dienen, let dan op gezondheid en vitaliteit. Een plant die er lusteloos uitziet, die gele bladeren heeft of die duidelijk lijdt onder ziektes of plagen, is geen goede kandidaat. Je wilt stekken nemen van exemplaren die bruisen van gezondheid, die al enkele seizoenen in je tuin staan en bewezen hebben dat ze onder jouw specifieke omstandigheden gedijen.
Het moment waarop je besluit te stekken is misschien wel net zo belangrijk als de manier waarop je het doet. Voor lavendel ligt het optimale moment ergens in het late voorjaar of de vroege zomer, een periode die in de praktische tuiniergidsen consequent wordt genoemd als het ideale stekkenseizoen. Dit is het moment waarop de plant volop in groei is, nieuwe scheuten produceert, maar nog niet alle energie in bloemen steekt.
Deze timing is geen willekeurige keuze. In het voorjaar en de vroege zomer bevinden zich in de stengels van de lavendelplant hoge concentraties groeihormonen die wortelvoming stimuleren. De temperaturen zijn meestal mild – warm genoeg om groei te stimuleren, maar niet zo heet dat jonge stekken uitdrogen of stress ondervinden. De lengte van de dagen neemt toe, wat extra energie voor fotosynthese oplevert.
Het praktische proces stap voor stap
Wandel op een ochtend door je tuin, wanneer de planten nog fris zijn en goed gehydrateerd. Zoek naar nieuwe scheuten – herkenbaar aan hun lichtere kleur en zachtere textuur – die nog niet bloeien. Een bloeiende stengel investeert al zijn energie in het produceren van bloemen en zaad, niet in het vormen van wortels. Idealiter kies je stengels van ongeveer tien centimeter lang, stevig genoeg om te hanteren maar nog jong genoeg om flexibel te zijn.
Bewapend met een scherpe schaar of mes – en het is cruciaal dat het gereedschap echt scherp is, want een rafelige snede kan infecties uitlokken – maak je een nette snede net onder een knoop. Deze knooppunten, de licht verdikte plekken langs de stengel waar bladeren ontspruiten, zijn gebieden met een hoge concentratie aan cellen die zich gemakkelijk kunnen differentiëren tot wortelcellen.
Vervolgens komt het voorbereiden van de stek. De onderste bladeren, ongeveer over een lengte van drie tot vier centimeter, worden voorzichtig verwijderd. Dit bereikt twee doelen: ten eerste voorkom je dat bladeren onder de grond komen te zitten, waar ze zouden kunnen rotten en schimmelinfecties veroorzaken; ten tweede creëer je een groter oppervlak waarlangs wortels kunnen ontstaan.

Nu komt de grondvoorbereiding, een aspect dat vaak onderschat wordt. Lavendel stamt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied, waar de bodem vaak zanderig, stenig en arm is. Wat lavendel bovenal nodig heeft, is drainage. Wateroverlast is de aartsvijand van deze plant. Voor stekken wordt geadviseerd om een speciaal stekmedium te gebruiken of een mengsel te maken van zand en potgrond, zodat water gemakkelijk kan wegvloeien terwijl er toch voldoende vocht beschikbaar blijft.
De potjes waarin je de stekken plant, hoeven niet groot te zijn – kleine potjes van zes tot acht centimeter doorsnee zijn voldoende. Belangrijk is wel dat ze drainagegaten hebben. Vul ze met het voorbereide medium en maak met een potlood of je vinger een gaatje voor. Steek de stek voorzichtig in het gat, zodat de kale stengel voor ongeveer tweederde onder de grond zit, en druk de aarde eromheen voorzichtig aan. Het is essentieel dat geen bladeren contact maken met de grond.
Het cruciale wachten en verzorgen
Nu begint de fase die voor veel tuiniers het moeilijkst is: het wachten. In onze cultuur van instant bevrediging kan het een uitdaging zijn om geduld op te brengen voor een proces dat weken duurt. Maar ergens onder die grond, onzichtbaar voor het oog, gebeurt iets wonderbaarlijks. Cellen aan de basis van de stek beginnen zich te reorganiseren, kleine witte puntjes – de primordiale wortels – duwen door het celweefsel naar buiten.
Om dit proces te ondersteunen, is de juiste zorg essentieel. De stekken hebben licht nodig – het groene blad moet immers fotosynthese bedrijven om energie te produceren – maar directe felle middagzon kan te intens zijn. Een plek met ochtendzon of gefilterd licht is ideaal.
Waterbeheer is een delicate balans. Te weinig water en de stekken drogen uit voordat ze wortels kunnen vormen; te veel water en de stengels rotten weg. De grond moet vochtig blijven maar nooit doorweekt. In de praktijk betekent dit vaak dat je om de dag of elke twee dagen een klein beetje water geeft, afhankelijk van de temperatuur en luchtvochtigheid.
Sommige ervaren tuiniers zweren bij kleine trucjes die het succespercentage verhogen. Eén daarvan is het gebruik van bewortellingspoeder of -gel, producten die synthetische groeihormonen bevatten die wortelvoming stimuleren. Hoewel dit niet strikt noodzakelijk is – lavendel wortelt vaak ook zonder deze hulpmiddelen – kan het vooral voor beginners het verschil maken tussen succes en teleurstelling.
Van stek tot volwassen plant
Na ongeveer vier tot zes weken – hoewel dit kan variëren afhankelijk van de omstandigheden – zouden de eerste wortels zich gevormd moeten hebben. Een voorzichtige trektest kan uitsluitsel geven. Trek heel zachtjes aan de stek; als je weerstand voelt, betekent dit dat er wortels zijn die de plant in de grond verankeren.
Wanneer de wortelvoming eenmaal is begonnen, kun je de jonge plantjes geleidelijk aanwennen aan normale omstandigheden. Verwijder eventuele plastic afdekkingen gedurende steeds langere periodes, en verhoog langzaam de hoeveelheid direct licht die ze ontvangen.
Het moment van uitplanten is een mijlpaal. Kies een zonnige plek in je tuin – lavendel houdt van zon, hoe meer hoe beter. Zorg voor goed gedraineerde grond, en als je grond zwaar en kleiachtig is, overweeg dan om wat grof zand of grind door te werken. Plant de jonge lavendels met voldoende ruimte ertussen – een afstand van dertig tot veertig centimeter tussen de planten is niet overdreven.
In het eerste seizoen na het uitplanten zullen de jonge lavendels nog relatief klein blijven. Ze investeren hun energie voornamelijk in het ontwikkelen van een stevig wortelstelsel. Verwijder eventuele bloemknoppen die zich vormen, want bloemen kosten de plant veel energie die beter besteed kan worden aan groei en beworteling. Het tweede jaar zal je beloond worden met krachtiger planten die volop bloeien.
Gedurende dit hele proces ontwikkel je niet alleen meer lavendelplanten, maar ook een diepere relatie met je tuin. Je leert de subtiele signalen lezen die planten afgeven, je begrijpt hun behoeften beter, en je krijgt inzicht in de wonderbaarlijke veerkracht van de natuur. Elke geslaagde stek is een klein wonder, een bevestiging dat je deel uitmaakt van een cyclus van groei en vernieuwing die al miljoenen jaren bestaat.
Het stekken van lavendel is uiteindelijk meer dan tuinieren – het is het creëren van een toevluchtsoord, een persoonlijke oase van rust en schoonheid. Trek dus die tuinhandschoenen aan, pak je schaar, en begin aan dit bevredigende project. Je tuin zal je dankbaar zijn.
Inhoudsopgave
